Higgsboson
Dit artikel is gewijd aan de Higgsboson, het meest recente waargenomen partikel dat opgenomen werd in het Standaardmodel.

Op 13 december 2011 maakte CERN bekend dat ze mogelijk het Higgsdeeltje hadden gevonden. Het bestaan van een Higgsdeeltje werd in de 1960’s door verschillende natuurkundigen zoals Francois Englert, Robert Brout en Peter Higgs voorspeld.

Het Standaardmodel, de natuurkundige theorie voor de krachten en deeltjes die materie mogelijk maken (zie het artikel over Standaardtheorie) bleek reeds succesvol te zijn in het voorspellen van het gedrag van deeltjes, maar het gaf nog geen verklaring voor de manier waarop deeltjes aan hun massa komen.

Om te verklaren hoe deeltjes aan hun massa komen, hadden Francois Englert, Robert Brout en Peter Higgs in de jaren ‘60 een theorie opgesteld waarin ze opperden dat er een soort krachtveld moest bestaan dat andere deeltjes afremt en ze zo zwaar zou maken waardoor ze massa krijgen. Net als bij de overige natuurkrachten zou ook dit veld een krachtdragend deeltje hebben, en dat is de Higgsboson.

Op 4 juli 2012 bevestigde CERN de vondst van een partikel met een heeltallige spin, verschillend van 1; eigenschappen die overeenkwamen met die van het theoretische Higgsdeeltje.

In 2013 werden Francois Englert en Peter Higgs beloond met de Nobelprijs voor de Natuurkunde. Robert Brout was helaas al overleden en heeft dit mooie moment niet meer meegemaakt.

Ondertussen loopt het onderzoek naar het Higgsdeeltje verder. We weten nu dat het gevonden deeltje een spin heeft van 0 (dat betekent dat het niet rond zijn eigen as draait) en een massa van 125 GeV. Het gevonden deeltje wordt de Higgsboson genoemd maar het is nog onbekend of dit het enige higgsdeeltje is dat bestaat.

De medewerkers van CERN zijn nog steeds aan het testen of de voorspellingen van het theoretische Higgsdeeltje overeenstemmen met die van het gevonden deeltje. Verder worden de reacties van het deeltje met reeds gekende deeltjes bestudeerd en met de voorspelde reacties vergeleken. Afwijkingen van die voorspellingen zouden op het bestaan van meerdere higgsdeeltjes kunnen wijzen of zouden er op kunnen wijzen dat het theoretische model niet helemaal overeenstemt met de observeerbare realiteit en moet worden aangepast.

Pas wanneer het gedrag en de eigenschappen van het nieuwe deeltje helemaal onderzocht en bekend zijn, zal het aan het Standaardmodel worden toegevoegd.

Op die manier - door het opstellen van theorieën over de werking van materie, het maken van gedurfde voorspellingen en het toetsen van observatie aan die voorspellingen - krijgen wetenschappelijke theorieën zoals het Standaardmodel hun vorm.